Diverse verhalen over KUNST geschreven door lezers van mijn kunstbrieven  [NR. 1]

 

15 jaar kunstbrief!

 

Diverse lezers van mijn kunstbrieven hebben gehoor gegeven aan mijn oproep om een verhaal met betrekking tot kunst te schrijven i.v.m.het 15 jarig bestaan van mijn kunstbrief. Over wat ze  altijd al eens hebben willen melden of vertellen over kunst of kunststromingen of een staaltje van architectuur of over een werk dat zij hebben staan of aan de wand hebben hangen of over een kunstwerk waar zij ongelofelijk door geraakt zijn. Maar bijvoorbeeld ook over de zin of onzin van kunst, welke waarde wordt er gehecht aan kunst. Welk belang of maatschappelijke waarde heeft kunst. Kortom een breed scala aan thema's m.b.t. kunst/cultuur waar ik iedereen zo vrij mogelijk in wilde laten en zo weinig mogelijk regels aan wilde verbinden, zonder enig competitie-of wedstrijd element. Bewust! Als tegenwicht. Als klein tegenwicht i.v.m. het huidige tijdsgewricht, alhoewel het iets is van  alle tijden, waarin z.g. 'leiders' in de wereld alleen maar kunnen denken in 'strijd'. 'Strijdgedachten', met het doel om te vergiftigen. Ook uitingen van Poëzie en Muziek waren welkom!    

De reacties en verschillende uitgangspunten zijn verrassend. Vanaf eind juli kunt u de diverse verhalen en de nodige poëzie lezen verdeeld over 2 delen. Hieronder volgt deel 1. Een kunstbrief niet van mij maar van 30 deelnemende lezers voor lezers!

 

Voor deel 2 klik op:    

Monica Maat - 'OVER KUNST GESCHREVEN EN GESPROKEN' Deel …

 

 

 

  

 

 

 

 

   

 

 

 

                               

Door Erik Bijvank

voorzitter kunstuitleen Lelystad  

 

            

"Vrienden" beschrijving van het schilderij van Kenne Grégoire

 

 

Er kwam een e-mail met de vraag of wij binnen een week een groot schilderij kunnen plaatsen, in opslag nemen of eventueel willen verkopen. Afm. 240x140 cm. Dit i.v.m. een verhuizing. Na enig Googlen op de naam van de kunstschilder begonnen de raderen te draaien. Wat een prachtig schilderij en wat een groot kunstenaar, maar waar laat je zo snel een schilderij met deze afmetingen en kwaliteit dat het ook nog tot zijn recht komt.

 

Ik denk de perfecte locatie te hebben gevonden in het Agora Theater. Mooie grote muren en het juiste publiek. Na snel schakelen tussen directie van Agora, verzorgen van transport en mensen hangt het nu op de 1e etage van het Agora theater. En hoe toepasselijk is de titel van het schilderij “vrienden” in een gebouw met alleen maar vrienden van kunst en cultuur.

 

 

 

De afbeelding op het schilderij laat zich omschrijven als een voorstelling in warme, rijke kleuren en een lichtval die de texturen van de kleding, huid en voorwerpen goed zichtbaar maken. De expressie van de personages roept gevoelens op van verbondenheid, maar ook eenzaamheid in de groep. Er lijkt een onderliggende spanning te zijn, ook zijn er onuitgesproken woorden van verborgen emoties die spelen tussen de vrienden.

 

Dit schilderij nodigt de kijker uit om na te denken

 

Dit schilderij nodigt de kijker uit om na te denken over menselijke relaties: hoe we samen kunnen zijn, maar toch een zekere afstand kunnen voelen. De sfeer is zowel intiem als mysterieus, wat typisch is voor het werk van Kenne Grégoire.

Mocht je nou een bezoeker zijn van het Agora Theater kijk dan even op de 1e etage en neem de voorstelling eens goed in je op of maak een selfie met vrienden als herinnering aan een mooie avond. Aan het schilderij ”vrienden” zal het niet liggen.

 

Scan de QR code naast het doek voor meer informatie of mail naar:  erik@kunstuitleenlelystad.nl

 

Erik Bijvank / Collectiebeheer /PR    Kunstuitleen Lelystad

 

kunstuitleenlelystad.nl

 

 

 

 

 

 

 

                                               Tobias Feldmann

 

FIJNBESNAARD


 

Als Tobias Feldmann viool speelt

raken gordijnen in vervoering,

zuchten de pluche stoelen

onder de toeschouwers van genot,

danst heel het orkest,

raken harten op hol.

 

Als Tobias Feldmann zijn snaren beroert

raak ik totaal in zijn ban

voert hij mij mee op zijn hoge tonen

en stort mij omlaag met zijn bassen,

dit is muziek zoals hij bedoeld is.

 

Ik zweef weg

op golven

van nooit ervaren

intensiteit.

 

 

Igna Geveke©2015

 

 

 

 

 

 

Het paard van  Bartje

 

                                 DOOR     ADRI van RAAK   -   Tilburg  

                       Het paard van Bartje

 

  Als kind van zes [waarschijnlijk nog veel eerder] ontwikkelde ik een liefde  voor paarden. Ik had natuurlijk al eens een grote knuffel in de vorm van een pluche staand paard gekregen. Eigenlijk had ik ontzag voor ze en eigenlijk ook maar om één rede. Het paard dat de groentekar van Bartje de groenteboer voort trok wist, volgens mijn beleving, exact bij welke adres hij moest stoppen en na de transactie tussen groenteboer en klant weer verder kon lopen tot de volgende klant waar de hele cyclus van keuzes maken en wegen en afrekenen weer opnieuw begon. En dat allemaal zonder ook maar één commando of aanwijzing van Bartje [hij verkocht ook bonen].

 

Intrigerende wezens, paarden!  Zo’n dier zou ik ook wel willen maar die beesten bleken toch wel kostbaar te zijn voor een kind van zes dus zat er maar één ding op: sparen!

 

De Soete Inval  -   Tilburg

Opa, dat heb ik áltijd al gewild!! Die stuivers vergaren schoot natuurlijk helemaal niet op maar wist ik veel, eens zou ik genoeg gespaard hebben om het paard van Bartje te kunnen kopen!

 

Een paar jaar later, mijn oudste zus ging naar de MULO en mijn andere zus naar klas 4 of 5 van de lagere school en ik naar de derde, kregen wij gezamenlijk voor/van Sinterklaas een jeugdencyclopedie in twaalf delen waar ook heel veel plaatjes in stonden ter verduidelijking en om het geheel waarschijnlijk wat aantrekkelijker voor kinderen te maken. Waaronder natuurlijk ook schilderijen van paarden. Napoleon Bonaparte te  paard, Alexander de Grote te paard,  Dzjengis Khan te paard, de paarden van Paulus Potter en Peter Paul Rubens en nog veel meer paarden. Dat was mijn eerste aanraking met kunst behalve dan de kopieën van Dorus Rijkers en Onze Lieve Vrouw van Eeuwigdurende Bijstand aan de muur in onze huiskamer.

 

   Napoleon en  Dzjengis Khan te paard

 

Maar bij het deel met de M stuitte ik al bladerend op de Rode Paarden van Franz Marc en was helemaal ondersteboven. Ik was ik  zeer verbaasd dat je de realiteit ook zó kon weergeven!

 

 

De rode paarden  - Franz Marc

 

Moet kunst geen natuurlijke weergave zijn?  Is dit ook kunst? Later ben ik natuurlijk met veel andere kunstvormen in aanraking gekomen maar het expressionisme van Franz Marc is me altijd blijven raken. Hij schilderde zijn paarden trouwens ook in blauw, geel of in sepia en zwart/wit. Franz Marc heeft mijn ogen voor kunst geopend!

 

 

    Blauw paard - Franz Marc                                 De toren van blauwe paarden  - Franz Marc

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Monet


 

Zijn woning op het platte land

kan ik zelfs blindelings beschrijven:

de kleine ramen, de olijven,

geschilderd door zijn meesterhand.

 

Het leven heeft hier stilgestaan:

de hemelhoge zonnebloemen

waarin nog warme dromen zoemen,

de vrede van een klein bestaan.

 

De tuin is mij zo vreemd vertrouwd.

Ik mag er zomaar binnenlopen,

maar als ik dan mijn ogen open,

is zelfs het kind al eeuwenoud.

 

 

 © Elma van Wuijckhuijse

                          

 

 

                           

 

 

                              Illustratie Jan Lutz uit: Jan en Janneke in Canada van K.Norel

 

 

DOOR PETER KOUWENHOVEN - Lelystad 

 

 

JAN LUTZ: UIT DE KUNST!  

 

Wie is Jan Lutz? Johannes Hermanus Lutz (roepnaam Jan) werd geboren in Rotterdam op 11 november 1888 en overleed in Laren (Noord-Holland) op 7 september 1957. Hij werkte voor talloze uitgeverijen. Jan was Rooms- Katholiek maar de uitgeverijen, stonden voor hem in de rij. Bijvoorbeeld ook de protestantse uitgeverijen van Meinema en Callenbach maakten graag gebruik van zijn talenten. En terecht. Een boek met illustraties van Jan Lutz werd een Boek! Jan werkte vooral als illustrator van kinderboeken en tijdschriften maar ook als boekband ontwerper. Hij schilderde ook wel maar dat haalde, vind ik, niet bij zijn illustraties.

 

Misschien was Jan Lutz geen groot kunstenaar maar hij is al zo’n 70 jaar [inderdaad, dat zegt wat over mijn leeftijd] mijn favoriete tekenaar – illustrator.

 

Hoe zo, Jan Lutz?

Thuis ben ik opgegroeid met boeken. Op verjaardagen, met Sinterklaas en ook met de Kerst kreeg ik altijd wel een boek en soms meer dan een. Gelukkig maar, want als je leest verveel je je nooit en ben je nooit alleen. Lezen vind ik nog steeds een van de fijnste dingen om te doen. 

 

Oudere lezers kennen ze misschien nog wel, de Winterboeken [bewust met een hoofdletter geschreven] van Margriet. Ieder jaar vaste prik. Verhalen en raadsels voor piepkleine, wat grotere en grote jongens en meisjes.

Je zag al aan de grootte van het pakje wat er in zat. Het eerste wat ik deed is kijken wat het eerste, vaak spannende, verhaal als titel had en hoeveel bladzijden het telde. Later kwam daar nog een extra vraag bij sinds ik de illustraties van Jan Lutz ontdekt had: wie heeft het verhaal geïllustreerd? Vaak was dat Jan Lutz! In die tijd heb ik Jan Lutz leren kennen. Niet persoonlijk [had ik best gewild] maar via zijn tekeningen. Die man kon er wat van! Zijn illustraties maakten de verhalen een stuk spannender en heel wat levendiger.

 

 Illustratie van Lutz uit: Langs het donkere Bos van Nel Verschoor-van der Vlis    

 

Na het uitpakken van het Winterboek begon het grote genieten. Gelegen op de grond, op een door mijn ouders geknoopt ‘Perzisch’ tapijtje voor de kolenkachel. Achter de mica ruitjes de gloeiende kolen die zoveel warmte gaven dat je vel er rood en strak van werd. Nu zouden deskundigen natuurlijk direct waarschuwen dat dat niet goed voor je is maar in die tijd had je die gelukkig nog niet. Op het treefje op de kachel een fluitketeltje waar af en toe een pufje stoom uitkwam en, vanaf Sinterklaas, soms een pannetje met een paar stukjes banket die zo lekker warm stonden te worden. Wat was het leven mooi en overzichtelijk.

 

Mijn liefde voor de tekeningen van Jan Lutz is nooit meer overgaan. Al jaren spaar ik boeken met zijn illustraties. Ik ben er niet op uit om alles wat hij ooit geïllustreerd heeft, te bezitten. Soms zijn boeken gewoon, naar mijn zin, te duur. Natuurlijk heb ik het liefste boeken die er tiptop uitzien maar ook als dat niet zo is ben ik er blij mee. Met inmiddels toch wel een paar honderd boeken met zijn illustraties voel ik me rijk en gelukkig. Ieder jaar in december [maar ook wel tussendoor] kies ik wat boeken om te herlezen, vooral boeken waarin de winter een rol speelt. Van zijn wintertekeningen krijg je het letterlijk koud.

 

Soms ook  een kleine teleurstelling, laat ik eerlijk zijn. Een enkele keer heb ik niet goed gekeken en heeft Jan alleen de omslag gemaakt. Ook komt het voor dat een ander de omslag maakt en dat Jan de illustraties in het boek verzorgt. Soms staan er maar een paar illustraties in het boek maar,  af en toe  en dan kan ik mijn geluk niet op, staan er om de paar bladzijden prachtige tekeningen in. De tekeningen uit de begintijd van zijn illustratieve loopbaan vind ik wel aardig maar niet meer dan dat. Het zijn afbeeldingen, plaatjes, ze roepen verder niks bij je op. Gelukkig is dat later helemaal veranderd, vraag me niet waarom.

 

Ooit had ik het idee om een boekje te maken met de 50 mooiste tekeningen van Jan Lutz als een eerste deeltje voor een ‘serie’ over Nederlandse top illustratoren. Heb dat destijds voorgesteld aan het Kinderboekenmuseum in Winsum maar die zagen er niets in en stelden voor dat ik dat zelf zou uitgeven. Maken en drukken is niet het moeilijkste maar hoe verkoop je ze? En hoeveel mensen kennen Jan Lutz nog? Ik zou het niet weten. Het plan om een biografie te maken is ook al nooit wat geworden. Ik heb er de rust niet voor en het is natuurlijk nog maar de vraag of je dat kunt.

 

Hoe zit het, krijgen we nog wat te zien van die Jan Lutz?   

 

Natuurlijk, je hebt helemaal gelijk. Maar nu komt het moeilijkste: welke tekeningen kies je? Wat is kiezen in dit geval toch moeilijk, het zijn er honderden, de een nog mooier dan de andere. Ik heb mooie herinneringen aan illustraties waarop het koud was en sneeuwde. Neem de omslag van het boek Winter op de Klaverwei van Leonard Roggeveen. Nu denk je met heimwee terug aan zulke winters met strakblauwe luchten, tintelende koude en prachtig ijs. Kom daar nu eens om. En geen gezeur over koude benen: lekker schaatsen op je net geslepen Friese doorlopers in je korte broek!

 

 

Illustrator boekomslagen  Jan Lutz

 

Ook mooi is de wintertekening uit Jan en Janneke in Canada. De trein verdwijnt in de verte, uit het bos klink wolvengehuil, maar vooral ook: wat staan ze daar eenzaam in die eindeloze, Canadese sneeuwvlakte. Geen wonder dat ze zich alleen voelen en zich afvragen wat ze zijn begonnen. Het boek verscheen in een tijd dat er velen uit Nederland emigreerden naar Canada. Via de radio kon je zelfs Engelse les volgen! Na het zien van deze tekening zou mijn emigratiebehoefte destijds een heel stuk kleiner zijn. 

 

Prachtig is de tekening in het boekje [de omslag is dikker dan de inhoud aan pagina’s] ’Langs het donkere bos’, geschreven door Nel Verschoor – van der Vlis en wat dacht je van de tekening uit het boek: ’Toen de zee over het land kwam’  [watersnood in 1953]. Storm, wind , kou en af en toe een beste sneeuwbui. Wat zal die jongen het koud hebben in dat open bootje.

 

Jan Lutz - Toen de zee over land kwam

 

 

 

In het ’Verbond der edelen’ [Wim Broos] luisteren twee jongens, verstopt tussen een paar bosjes, een gesprek af tussen twee onverlaten. Ook al moest je hoognodig naar bed, op zo’n moment kón je het boek niet wegleggen. ’Ach vader, nog een kwartiertje, het is net zo spannend’. Soms mocht het. Ook mooi is de tekening ’Van verdrukking naar de Vrijheid’ geschreven door H. Schouten. Als je zo’n tekening ziet wil je toch weten hoe het afloopt? Mag je het iemand dan kwalijk nemen dat hij of zij ’stiekem’ onder de dekens met een zaklampje of knijpkat ligt te lezen.  Natuurlijk niet.

 

 

’Brand op de bloeiende heide’                                               ’Verbond der edelen’

 

 

Goed komen

 

Gelukkig kwam het aan het eind van ieder boek meestal weer goed. Kinderboeken eindigden nogal eens met het hoofdstuk ’Kerst’.  Ach, alles is dan vergeven en vergeten en na een boek vol geruzie [iets overdreven] zijn de hoofdpersonen op bladzijde 106 opeens dikke vrienden. Kom daar nu eens om! Eind goed, al goed.

 

En verder?


Boeren waren bij Jan Lutz echte boeren, boerinnen meestal redelijk gezet en natuurlijk, maar dat had niks met Jan Lutz te maken, spraken ze allemaal een soort onnavolgbaar dialect. Boze buurmannen hadden nogal eens een stok waarmee ze zwaaiden [o wee als je bij ze in de buurt kwam!] en de veldwachter was nog een echte veldwachter met veel gezag.

 

Door deze schrijverij heb ik weer zin gekregen in een boek van vroeger met tekeningen van [nul keer raden]!

 

 

Peter Kouwenhoven

 

Wil je reageren? Mail naar : p.a.kouwenhoven@gmail.com

 

 

Illustratie van Jan  Lutz.   Uit: Van verdrukking naar vrijheid

 

 

 

 

 

 

 

                                              Simone Hakhoff -  Take a Break  -  acryl op doek 100 x100 cm

 

 

  Door Simone Hakhoff  - beeldend kunstenaar- Almere

 

M ijn naam is Simone Hakhoff en ik maak schilderijen. Mijn werk is een combinatie van abstract en figuratief. Waar haal ik mijn inspiratie vandaan en/of wie zijn mijn inspiratoren? Om maar bij het begin te beginnen. Het maagdelijke witte doek waar ik voor zit of sta is een uitdaging! Wat zal het worden. Ik heb nog geen idee. Één ding staat vast. Het zal kleurrijk worden, want kleur is de basis van mijn werk.Dat is mede de reden dat ik regelmatig het Cobra -en Singer Museum bezoek. Ik heb niet echt een favoriete kunstenaar, maar ben wel gecharmeerd van het werk en kleurgebruik van o.a. Jan Sluijters, Kees van Dongen en Rothko. Rothko vooral om het faden van zijn kleuren.Misschien zijn zij wel mijn inspiratoren.Tegenwoordig ben ik nogal gefascineerd door bollen. Met die vorm kun je oneindig doorgaan. Ik probeer ze bol of hol, goed uit de verf te laten komen en speel daar op diverse manieren mee. Soms ontstaat er een Trompe-l’oeil.

 

Simone Hakhoff - Roze bol  - acryl op doek - 50 x 40 cm

 

Onlangs heb ik nog de tentoonstelling van Samuel van Hoogstraten bezocht in het Rembrandthuis. Hij is de meester van de Trompe-l’oeil. Maar dit even terzijde.

 

Hoe ga ik verder na het staren naar het witte doek?

Ik start met het opzetten van kleuren. De vormen die tevoorschijn komen bepalen de weg die ik ga bewandelen. Zal ik de vormen versterken en uitwerken of toch die bol[len] schilderen die zo vast in mijn hoofd zitten.

Het blijft een zoektocht en ik ben nog steeds niet klaar met zoeken. Exposeren betekent voor mij het toetsen van mijn werk aan het publiek. Reacties op en/of aanmerkingen zijn heel leerzaam. Als het wordt beloond met de verkoop van een schilderij, dan heb ik het volgens mij goed gedaan en is er een bevestiging/stimulans om nog even door te gaan. Mijn uitgangspunt is, buiten het plezier dat ik er zelf aan beleef, kijkers blij maken met mijn creatieve  uitspattingen.

 

 

  

 

                  

 

DE KUNSTENAAR


 

De kunstenaar strijkt met vaste hand

over de snaren van zijn viool,

over de smarten van ons hart,

over het doek dat leed onthult.

 

Hij weet niet wat hij aanricht,

hij kan niet anders ,

is instrument van het heelal.

 

 

Igna Geveke, juli 2015

__________________

 

 

 

 

 

Anselm Kiefer -   Sag mir wo die Blumen sind

 

Door Wiesia Wozniak  -   Breda 

  Juridisch adviseur en vrijwilligster bij Stichting Het Gele Huis voor    kunst en cultuur  -  in BREDA

 

De Kunst van Anselm Kiefer 

                                                                       

  Wiesia Wozniak is van Poolse afkomst en woont al 24 jaar in het  schilderachtige Princenhage, een Bredase wijk. Ze studeerde geschiedenis, pedagogiek en bibliotheekwetenschappen en verdiepte zich later in Nederland in het arbeidsrecht. Inmiddels werkt ze al meer dan tien jaar als juridisch adviseur. Naast haar werk vindt Wiesia rust en inspiratie in de wereld van kunst en cultuur.  Haar liefde voor kunst begon al in haar jeugd in Polen, waar ze schilderlessen volgde.

 

Maart  26, 2025

 

Mijn verhaal met Anselm Kiefer begint op vrijdagavond 17 januari tijdens een filmavond in Het Gele Huis in Breda. Dankzij Ad Marijnissen, kunstenaar bij Het Gele Huis, die deze avonden organiseert, zag ik voor het eerst de film van Wim Wenders over Anselm Kiefer. De film maakte zo’n diepe indruk op mij dat ik niet kon stoppen met denken en erover praten. Mijn partner Lars raakte door mijn verhalen geïnteresseerd en een paar dagen later keken we samen thuis nog een keer naar de film.

Deze fascinerende documentaire onthult de levensweg en het creatieve proces van Kiefer: zijn kindertijd, zijn jonge jaren en zijn verdere leven als kunstenaar. We waren het er snel over eens: we moesten zijn tentoonstelling in Amsterdam bezoeken. Zodra de eerste tickets beschikbaar waren, kocht ik ze meteen. Na lang wachten konden we op 7 maart eindelijk naar het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum. De keuze voor het Van Gogh Museum werd duidelijk door de sterke verbinding tussen Kiefers werk en dat van Van Gogh, waarbij thema’s als natuur, vergankelijkheid en het kunstenaarschap centraal staan.  De tentoonstelling kwam tot stand door een samenwerking tussen het Van Gogh Museum en het Stedelijk Museum, wat zorgde voor een diepgaande en veelzijdige presentatie van Kiefers oeuvre.

 

 

 

Die middag reden we vol verwachting naar Amsterdam. Bij aankomst in het Van Gogh Museum werden we meteen overweldigd door de immense werken van Kiefer.

We volgden de route door de expositie en zagen hoe prachtig de tentoonstelling was samengesteld, met veel verwijzingen naar het werk van Van Gogh. Vooral de enorme landschappen met velden vol stro raakten me diep, omdat ze me deden denken aan mijn jeugd in Polen.

 

                                                                                                            

                            

                                          Anselm Kiefer  -   Strolandschap                                                

 

De landschappen in Kiefers werken gaven me een gevoel van verloren tijd, van een verleden dat niet volledig is vergeten, maar eerder levendig blijft in de schaduwen van mijn herinneringen aan de natuur en de uitgestrekte vlaktes van mijn thuisland. Er zat een soort melancholie in die werken, alsof de tijd en herinneringen samensmolten tot iets groots en ongrijpbaars. Tegelijkertijd schuilt er iets apocalyptisch, iets verontrustends in zijn schilderijen, alsof hij ons wil waarschuwen voor de onherroepelijkheid van het verleden. De tentoonstelling in het Van Gogh Museum, benadrukte de verbinding tussen Kiefer en Van Gogh, waarbij thema’s als natuur, vergankelijkheid en de cyclus van het leven centraal stonden. Kiefers werken, vaak grootschalig en met zware, textuurrijke materialen zoals lood, stro en as, straalden een diep gevoel van geschiedenis en herinnering uit. Zijn schilderijen en sculpturen verwijzen vaak naar de Duitse geschiedenis, literatuur en mythologie en roepen complexe emoties op, zoals melancholie, ontzag en zelfs ongemak.

 

  Nasleep Tweede Wereldoorlog en de verbinding van verleden en heden

 

Anselm Kiefer werd in 1945 geboren in Donaueschingen, Duitsland, en zijn werk is doordrenkt van de complexe Duitse geschiedenis en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Als kind groeide hij op in een land dat zich nog herstelde van de verschrikkingen van de oorlog. Dit verleden, en dan vooral de herinneringen aan de vernietiging van het Duitse landschap, heeft zijn artistieke benadering diep beïnvloed. De erfenis van de oorlog is dan ook een terugkerend thema in zijn werk, evenals de breuken en de pogingen tot herstel die het land doormaakte.

 

Kiefer studeerde aan de Academie van Beeldende Kunsten in Karlsruhe en kreeg op zijn 18e een beurs om te reizen als kunstenaar. Tijdens deze reizen volgde hij deels de sporen van Van Gogh, wat een blijvende invloed op zijn werk zou hebben. Zijn werk weerspiegelt zijn fascinatie voor mythologie, literatuur en de menselijke conditie, evenals zijn zoektocht naar een nieuwe taal voor het verwerken van de geschiedenis. In plaats van traditionele schildertechnieken te gebruiken, werkte hij vaak met ongebruikelijke materialen zoals as, lood, stro en zelfs aarde, wat zijn werken een zware, aardse ’smaak’ geeft. Deze materialen verwijzen naar de vergankelijkheid van het leven en de sporen die de tijd achterlaat. Zijn artistieke zoektocht heeft geleid tot een breed scala aan indrukwekkende en monumentale werken die in dialoog staan met de klassieke schilderkunst en tegelijkertijd de destructieve invloed van oorlog en geschiedenis onderzoeken.

 

Kiefer is een kunstenaar die als geen ander in zijn werken het verleden en heden verbindt, evenals persoonlijke herinneringen en collectief trauma. De verwijzingen naar de Duitse geschiedenis, de literatuur van Goethe, de mythologie van de oudheid en de romantische tradities zijn terugkerende elementen in zijn oeuvre.

 

Na een korte pauze buiten vervolgden we onze avond in het Stedelijk Museum, waar het tweede deel van de tentoonstelling zich bevond. Hier lag de nadruk op Kiefers recente werken, waarin hij experimenteert met nieuwe materialen en technieken, maar nog steeds zijn kenmerkende thema’s van oorlog, geheugen en wederopbouw behoudt. Zijn werk ”Sag mir wo die Blumen sind” was een absoluut hoogtepunt. Dit monumentale schilderij, dat reflecteert op de gevolgen van oorlog en vernietiging, werd door Kiefer geschilderd tijdens de opnames van de film en vormde het meest overweldigende werk van de expositie. Voor het schilderij werd ik overvallen door herinneringen en emoties. Mijn jeugd in Polen, doordrenkt van oorlogsverhalen, boeken, poëzie en films, kwam in alle hevigheid terug. Nachtmerries waarvan ik dacht dat ik ze had achtergelaten, overvielen me opnieuw. Ik stond stil, mijn ogen prikten terwijl ik probeerde mijn tranen te bedwingen. ’Verzonken in tijd, verloren in as, fluistert de aarde het verleden nog na. Zijn schaduwen dansen, verstrengeld met lood, terwijl bloemen bloeien op vergeten dood.’

 

Mijn partner Lars maakte in stilte notities bij het bekijken van het werk. Ik kon zien dat ook op hem het werk van Kiefer grote indruk maakte. Een paar dagen later liet hij me een gedicht lezen dat hij naar aanleiding van de tentoonstelling had geschreven:

 

In de hierna volgende pagina kunt u het gedicht: ”Sag mir wo die Blumen sind” van hem lezen. 

 

Net als kunst van Anselm Kiefer, liet het gedicht van Lars een onuitwisbare indruk op me achter. Het voelde als een dwaaltocht langs de fluisteringen van de geschiedenis en een samensmelting met de schaduwen van mijn herinneringen.

Zo geraakt door Anselms kunst, willen we ooit zijn oude atelier in Barjac [FR] bezoeken. Dit is de plek waar hij jarenlang werkte aan zijn monumentale kunstwerken en waar zijn creatieve geest nog altijd voelbaar moet zijn. Kiefers atelier, een gigantische ruimte gevuld met de overblijfselen van zijn kunst, lijkt het hart van zijn artistieke praktijk en een ruimte waar geschiedenis en kunst samenkomen.

 

’EEN REIS  DOOR DE GESCHIEDENIS, EMOTIE en HERINNERING’

 

Zijn werk blijft zich ontwikkelen, maar wat hem altijd zal onderscheiden is de diepgang van zijn visie, de combinatie van persoonlijke ervaring met de universele thema’s die hij aanraakt. Zijn werk is niet alleen een reflectie op de geschiedenis, maar ook een voortdurende zoektocht naar betekenis; een zoektocht die in al zijn werken aanwezig is. De manier waarop hij emoties, de vergankelijkheid van tijd en de diepste menselijke zorgen verwerkte, maakt Kiefer tot een van de meest invloedrijke kunstenaars van onze tijd. Een tentoonstelling van Kiefer, een van de grootste hedendaagse kunstenaars, bezoeken, kan ik iedereen aanraden. Het is meer dan een kunstervaring: het is een reis door geschiedenis, emotie en herinnering.

 

  

* De tentoonstellingen in Amsterdam duren nog tot 9 juni 2025 

 

 

 

 

 

 

 

LINK: Marlene Dietrich

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DOOR  JOP FACKELDEY     -   LELYSTAD  -

 

Bestuurder - voormalig wethouder Lelystad [o.a. cultuur] en gedeputeerde -  adviseur op gebied van duurzaamheid en innovatie 

 

  De som der delen 

 

In  2007 werd ik tussentijds wethouder. Ik nam de positie over van Tjeerd van der  Zwan, die benoemd was tot burgemeester van Achtkarspelen. In zijn portefeuille zat ook Cultuur. Dus ook dat kwam op mijn pad. En daar had ik heel veel zin in. En  zeker omdat de voorbereidingen getroffen werden voor het 6e  landschaps-kunstwerk, een werk van Antony Gormley. Ik heb me als een razende verdiept in zijn werk en bij toeval tijdens een korte vakantie zijn Angel of the North gezien en zijn expositie in Londen. Ik had er dus helemaal zin in. In mijn kantoor in Lelystad vond al snel een  onverwachte wending plaats. Terwijl ik me in mijn dagelijkse werkzaam-heden had verdiept, kwam er een beleidsmedewerker binnen met slecht nieuws: het geplande kunstwerk kon niet doorgaan. De financiële middelen ontbraken, en het project leek op een dood spoor te zitten. Maar Gormley had wellicht een oplossing.  Deze onverwachte tegenslag leidde ons naar Londen, in de hoop een oplossing te vinden. In Londen aangekomen, bezochten we het atelier van de beroemde kunstenaar Antony Gormley. Dat was voor mij een belevenis op zich. We zagen hoe Gormley in de verschillende rojecten die hij onder handen had vaak zichzelf als uitgangpunt nam. Ook als hij daarvoor lang en in een ongemakkelijke  houding zou moeten zitten om een mal te maken. Dat vroeg een lenigheid en spierbeheersing waar ik ongemakkelijk van werd. Nou kwamen wij ook met een ongemakkelijk verhaal. Immers de financiering van het kunstwerk bleek niet haalbaar met de middelen die wij beschikbaar hadden. Gormley toonde zich vastberaden en oplossingsgericht. Hij had een voorstel: Galerie Xavier Hufkens uit Brussel was bereid om twintig schaalmodellen van het kunstwerk te laten maken en verkopen. De opbrengst zou het financiële tekort kunnen dekken. Dankzij deze creatieve oplossing konden we doorgaan met het ambitieuze project.

 

      Proefconstructie. Werkplaats in Tranent, een klein plaatsje op een uur  rijden

                                        van  Edinburgh.  Hier is Had-Fab, de bouwer van het kunstwerk, gevestigd.

                                                                      

  

Opgelucht haalden we adem. Nu zou het ”alleen nog maar” gerealiseerd moeten worden. Niets was minder waar. Gormley had het hele model uitgewerkt en had hele specifieke eisen. De hurkende man zou moeten bestaan uit een open structuur van 25,6 mtr. hoog, 13,3 mtr. breed en 18,5 mtr. diep. En dat open karakter betekende bijvoorbeeld dat er geen driehoekige vlakken voor mochten komen en moest worden opgebouwd uit gelijkbenige hoekstalen van verschillende afmetingen. Juist die hoeken zouden er voor zorgen dat de zon en de lucht steeds weer anders weerspiegelen. En om een indruk te geven: het gaat om 9.392 strippen of hoeklijnen die met 14.248 bouten zijn vastgezet.

 

 

Knooppunten

 

Die staven en hoeklijnen kwamen samen in knooppunten. Die knooppunten konden complex of minder complex zijn, maar de knooppunten waar de meeste staven samenkwamen zijn ook de knooppunten in het menselijk lichaam, hersenen, hart en darmen. Kortom technisch complex met aan de ene kant de eisen qua stijfheid, windbelasting etc. en aan de andere kant de eis van Gormley dat het zou moeten gaan om een open structuur.

Enkele maanden later bevonden we ons in Tranent, een klein plaatsje op een uur rijden van Edinburgh. Hier was Had-Fab, de bouwer van het kunstwerk, gevestigd.

 

 

Presentatie Schaalmodel  -    L.  Antony Gormley  |  R. Jop Fackeldey  

 

Had-fab was van origine een bouwer van hoogspanningsmasten en dus gewend met dit soort constructie om te gaan. Als eerste had Gormley zelf een draadmodel gemaakt, samen met de universiteit van Cambridge en University College Londen. Maar zou dat ook constructief voldoen aan onze Nederlandse eisen en de gekozen plaats, een strekdam met een hoge windbelasting ? De software die in eerste instantie gebruikt werd, kon het complexe model en het aantal staven en hoeklijnen niet aan. Het nieuw ontwikkelde model gelukkig wel. Maar dat betekent niet dat het makkelijk ging.

 

In Tranent kwam het tot een verhitte discussie tussen Simon Harrison, de bouwer, Eelco de Winter, onze constructeur van Haskoning, en Antony Gormley zelf. Want los van de berekening moest het ook nog eens gebouwd kunnen worden. Had-fab had speciaal voor dit project een aantal hulpmiddelen gemaakt die het mogelijk maakte om ook bij een grote knoop van veel staven alle staven goed door en door aan elkaar vast te kunnen lassen. Maar de technische uitdagingen leken onoverkomelijk, en het leek erop dat de partijen er niet uit zouden komen. De spanning was te snijden, en de dialoog verliep moeizaam.

 

De volgende dag keerden we terug naar Tranent. Er leek een verandering te zijn opgetreden. De constructeur en de kunstenaar waren bereid om elkaars perspectief in te nemen en kwamen tot een constructief gesprek. Door zich open te stellen voor elkaars ideeën en ervaringen, konden ze zich concentreren op het gezamenlijke doel: het realiseren van het kunstwerk. Hoewel de exacte weg naar succes nog onduidelijk was, voelden we dat er een doorbraak nabij was. Uiteindelijk vonden ze oplossingen die zowel esthetisch als constructief werkbaar waren, en het project kon doorgaan.

 

 

 

 

Opbouw Strekdam Lelystad

 

 

De dag van de onthulling naderde snel, en we dachten door alle problemen heen te zijn. Het moest lijken of de hurkende man uit de ruimte was geland en op de dijk zit. In werkelijkheid zit er een fundering in de strekdam van 8 prefab palen in een betonplaat en daarop 24 stalen kolommen die zijn verbonden door stalen balken. Gormley wil het liefst dat de hele strekdam opnieuw geasfalteerd zou worden, zodat niets meer liet zien waar de strekdam open was geweest. Dat werd – ook financieel – te veel van het goede. Met een aantal meters wordt een vergelijkbaar effect bereikt.

 

 

 

 

 

 

                                                    Antony Gormley  -   Expositie in Londen

 

Ik kwam vaak kijken op de Strekdam in Lelystad, waar een deel van het kunstwerk al was geplaatst. Er ontstonden opnieuw complicaties, ditmaal met betrekking tot vergunningen, veiligheid en verf. Er zou op de onderste helft van het kunstwerk anti-klim verf moeten, zodat er niet in geklommen kon worden. Terecht nam Gormley daar geen genoegen mee. Het leek een déjà vu van eerdere problemen, maar we bleven vastberaden om oplossingen te vinden. We richtten ons op wat wel mogelijk was, en na grondig overleg bleek de oplossing verrassend eenvoudig: door een bordje te plaatsen ”verboden te klimmen en als je het toch doet is dat op eigen risico”, konden we aan de vereisten voldoen.

 

 

Opbouw Strekdam Lelystad

 

 

EEN PROJECT dat DE KRACHT VAN SAMENWERKING BEWIJST

 

Eindelijk was het moment daar, op 17 september 2010 kon het kunstwerk van Antony Gormley worden onthuld op de Lelystadse Strekdam. Ondanks de vele uitdagingen en obstakels die we onderweg waren tegengekomen, hadden we het als team voor elkaar gekregen. Het project was een bewijs van de kracht van samenwerking en de bereidheid om samen te zoeken naar oplossingen. Dankzij de vastberadenheid en creativiteit van alle betrokkenen kon dit indrukwekkende kunstwerk werkelijkheid worden. Het was een moment van trots en voldoening, een herinnering dat door samenwerking en doorzettingsvermogen zelfs de grootste uitdagingen overwonnen kunnen worden. Samen lukt het wel!

 

 

EXPOSURE op de Markerstrekdam  - Lelystad

 

 

 

Een technisch hoogstandje van jewelste

 

Dat is overigens niet de enige reden waarom ik een bijzondere band voel met dit kunstwerk. Ik vind het in alle opzichten staan voor de pioniersmentaliteit.

De kunstenaar deed het ontwerp, maar de eerste prijs die het kunstwerk won was de staalprijs. Want hoe eenvoudig het ook leek, het kon alleen maar gemaakt worden door het vernuft van ingenieur, de bouwer en de kunstenaar. Het is een technisch hoogstandje van jewelste en als ik zie hoe de hurkende man mee beweegt als je hem vanuit verschillende hoeken bekijkt is het ook het inzicht en de compromisloze  vasthoudendheid van de kunstenaar die uiteindelijk een schitterend resultaat heeft opgeleverd. In Flevoland zijn 2 werelden – techniek/wetenschap en kunst tot iets moois geworden.

 

             ______________________________________

 

 

 

 

 

 

 

                                                                  Een beetje blue   -  ets

 

                           DOOR ELSE VAN LUIN – Doetinchem

beeldend kunstenaar, graveur en etser

 

                          

  Rechtlijnig denken?                     

 

  Als je nou maar lang genoeg in Flevoland woont, ga je vanzelf in rechte lijnen denken. Althans, dat bleek mij te gebeuren. Van kind af aan tekende ik graag en vooral bloemen waren mijn favoriete onderwerp. Hoe preciezer gelijkend, hoe beter gelukt. Eenmaal volwassen ging ik via teken- en schildercursussen ook voorzichtig abstractere onderwerpen uitproberen, maar dat bleven aandoenlijke probeersels. Door het werk van mijn echtgenoot waren we in 1978 in Flevoland komen wonen, in Biddinghuizen om precies te zijn. Dat was toen nog een klein dorp met haaks ingedeelde straten, weidse geometrische velden rondom en vooral lege kaarsrechte wegen. Voor elk wissewasje moest je vele kilometers rijden en werden wegen en landschap een platte leegte met een onmetelijk hoge lucht. Die leegte is in de loop van de jaren verdwenen. Hoogspanningsmasten en windturbines hebben de horizon gevuld, om niet te zeggen ’vervuild’.

 

  Op mijn 32ste, we woonden toen al 7 jaar in Biddinghuizen, kon ik dan toch eindelijk de stap zetten naar de Kunstacademie. Ik wilde echt goed leren tekenen en schilderen, vooral dat. In Kampen werd in het eerste studiejaar heel fundamenteel les gegeven in vlakke vorm- en kleurstudie, ruimtelijke vorm- en kleurstudie, lijntekenen, kalligrafie, modeltekenen, kunstgeschiedenis, enzovoorts. Tijdens de lessen ”Vlakke Vorm- en Kleurstudie”, waarvoor in het eerste jaar elke week een volle ochtend van 4 uren waren ingeruimd, moesten we ook aan ’handschriftontwikkeling’ doen. Tot dan toe had ik een keurig, regelmatig schoolhandschrift. Tijdens deze lessen op de kunstacademie werd steeds andere muziek opgezet en moesten we in elke les ’een brief’ schrijven aan een dierbare, waarin we de emotie die deze muziek bij ons opriep moesten beschrijven, zonder herkenbare letters te gebruiken. Subtiel werd in de loop van de lessen de muziek steeds heftiger en sneller. Bij mij werkte dat uit in ’letters’, dus bewegingen, die steeds meer verticaal bleken uit te pakken, afgewisseld met horizontaal gekriebel. En vooral de verticale bewegingen werden steeds feller en extremer. Ik kon uiteindelijk mijn brave handschrift en favoriete bloemetjesvormen loslaten, tot goedkeuring van mijn docent.

 

                                               Briefje van handschriftontwikkeling  op de kunstacademie

 

Ik heb 8 jaar gedaan over een 5-jarige studie, in combinatie met een gezin met aanvankelijk kleine kinderen en een verhuizing naar Dronten, en ben in juni 1994 afgestudeerd met monumentale etsen. De compositievorm als spel met horizontale en verticale vormen is gebleven, evenals het bewuste ’wit laten’.

 

Else van Luin      litho-ets

 

Naast het maken van etsen waarin ik een geheel eigen stijl van werken had ontwikkeld, moest ik ook een scriptie schrijven om te kunnen afstuderen. Die diende te gaan over een kunstenaar of kunstvorm die ik bewonder. Bijna had ik mijn studie eraan had gegeven toen het Stedelijk Museum in Amsterdam voor een astronomisch bedrag het varkentje van Jeff Koons had aangekocht, en dat exposeerde te midden van gigantische foto’s waarop hij meer dan levensgroot vrijend met een Italiaanse geliefde tot in detail in beeld was gebracht. Ik dacht ’als dat kunst is, dan wil ik geen kunstenaar worden’. Ik heb me herpakt door in Thailand op zoek te gaan naar hedendaagse kustuitingen, waarin het pure ambacht uitgangspunt is. Dat leverde mij op dat ik in contact kwam met kunstenaars die op verschillende academies in Europa hadden gestudeerd en die eenmaal terug in Thailand prachtige, echt Thaise kunst zijn gaan maken. Hun devies was: 'Houd je onderwerp klein, dicht bij jezelf en je dorp waar je thuis hoort, en maak die onderwerpen groots.' Daarmee kon ik verder. Flevoland bleek heel veel onderwerpen te bieden, die ik als vanzelf in de bij mijzelf ontstane compositievorm van horizontalen en verticalen kon inpassen. Vanaf toen was een oneindige bron van inspiratie aangeboord.

 

                                              Else van Luin             Litho-ets -collage- grafiek:  Onderstroom

   

  Mijn scriptie kreeg een hoge beoordeling. In de epiloog moest je aangeven wat het bestuderen van je favoriete kunstenaar jou had gebracht en hoe je in je toekomst als kunstenaar daarmee een eigen weg zou kunnen gaan inslaan. Een paar jaar later was ik weer in Chiang Mai in Thailand, waar de kunstacademie staat waaraan de kunstenaars verbonden waren die mij zo goed hadden geholpen. Ik wilde hen kopieën van mijn scriptie overhandigen, waarin ik hun werk besprak. Die mensen bleken er toen niet meer te werken. Maar ik ontmoette een Belgische kunstdocent die vloeiend Thais sprak en die mijn in het Nederlands geschreven scriptie kon lezen. Hij was onder de indruk van de inhoud en vroeg mij of ik het goed vond dat hij dit ging vertalen en als studieboek zou gaan gebruiken in het eerste jaar van de lessen daar. Natuurlijk! Dit contact resulteerde in een gastdocentschap op deze kunstacademie. In de zomer van 1998 mocht ik er 3 maanden toeven. In mijn bagage had ik ook zomaar een doos met 100 dia’s meegenomen over de inpoldering van Flevoland. Nadat ik voor een zaal met een paar honderd studenten deze had vertoond, en uitvoerig over de aanleg van dijken in de zee en planologie had verteld, stond een eerstejaarsstudente op. Zij vroeg mij: ”Mevrouw, in hoeverre hebben de geschiedenis en het landschap van de plek waar u woont invloed op uw kunstwerken?” Ik stond perplex, even helemaal stilgevallen. Daar had ik nooit bij stilgestaan. Kennelijk moest ik ervoor naar de andere kant van de aardbol reizen om daarvan bewust te worden gemaakt. Maar het klopt wel! Mijn keuzes om heldere kleuren te gebruiken, strakke lijnen en een lage horizon, die onmetelijke ruimte te laten voor de lucht, zijn rechtstreeks terug te voeren op het landschap van Flevoland met haar heldere licht. Ik heb er ruim 44 jaar gewoond, waarvan 36 jaar in Dronten. Sinds kort woon ik in de Achterhoek. Aan het maken van nieuwe kunst ben ik nog niet toegekomen, maar het begint wel weer te borrelen. Grappig genoeg ’zie’ ik mijn nieuwe onderwerpen heel grafisch, weliswaar met heldere kleuren en strakke lijnen, maar [nog?] niet wezenlijk anders dan in Dronten. Ik wil hier het oude landschap gaan ’proeven’. Ik vind het spannend om in mijn toekomst te kijken. Het zal moeten gaan blijken of ik hier net zo rechtlijnig zal blijven werken. Een geometrische Achterhoek kan ik me nu nog niet voorstellen, maar wie weet kan ik dat laten ontstaan. Er is in ieder geval voor mij werk aan de winkel.

 

 

Doetinchem, 26 februari 2025

 

                        

 

 

 

 

 

 

 

 

Schilderij - Cornelia Doornekamp

 

DOOR  CORNELIA  DOORNEKAMP -  Hilversum

 

                           

Toen de was gewassen was, was de was geen was meer

 

Een aantal jaren  geleden volgde ik een schrijfcursus bij wat toen heette ”Het Colofon”. Elke week op donderdagavond een bijeenkomst met een opdracht voor de volgende week. Deze keer was de opdracht: schrijf een gedicht over een alledaagse handeling. De hele week niet meer aan de schrijfcursus gedacht, want de situatie op mijn werk in het Muziektheater was op dat moment nogal hectisch en vol met op te lossen problemen. Totdat het belletje rinkelde in mijn hoofd: ojee, het is alweer donderdag en ik heb helemaal geen aandacht besteed aan de opdracht van de schrijfcursus. Toen ik op die donderdag om 17.15u naar buiten liep, tolde het in mijn hoofd om van hoe moet dat nou, hoe krijg ik alles bij elkaar, hoe haal ik de deadlines. Het begrip gedicht leek iets buitenaards.

Het zonnetje scheen, temperatuur was goed, ik ging even op een bankje zitten op de hoek van de Amstel en de Zwanenburgwal om mij te verenigen met het idee, dat ik straks om 19.00u op de bijeenkomst zou verschijnen zonder gedicht. Wat zou mijn smoes zijn? Was ik ziek geweest? Was het te druk op mijn werk geweest? Was er iemand dood gegaan in mijn familiekring? Allemaal niet goed genoeg en trouwens, waarom zou ik een smoes verzinnen, ik zeg gewoon, dat het mij niet gelukt is om de opdracht te realiseren. En toen was het er gewoon, zomaar… Gelukkig had ik mijn cursusschriftje in mijn tas en ook een pen:

 

                       Tekening -  Cornelia Doornekamp

 

 

 

 

 

Vouwplezier

Krakend gaat ze

veertien treden hoog

met mand

van riet gevlochten,

nu nog leeg

maar weldra vol

met kleurig goed.

Daar verdwijnen knijpers van de lijnen

en valt de handdoek

luchtig neer,

zich kreukend

tot een hoopje

in de bruine rieten mand.

 

T-shirts volgen handdoek,

slipjes T-shirts

en sokken slipjes.

Heel snel is de mand al vol.

Waar eens de knijpers fier en recht

was met lijn verbonden

hangen zij nu slapjes neer,

treurig in hun kleurigheid.

Afgedaald nu, krakend over de bruine banen

en hop! Om die mand met was gegooid,

bont en hoekig door elkaar.

Een schattende blik

naar een lussige doek:

daar vouwt zij met vaardige hand,

heen en weer

en nog een keer,

in lengte en breedte

de doek

en het één en het ander

met zichtbaar plezier.

Een laatste beweging,

een zacht gebaar

strijkt glad

het etiket

in de nek van een T-shirt.

Op stapels nu doeken

en sokken en

hemdjes en trui.

De kast in de spullen,

nog even een glimlach,

de was is gedaan.

 

Cornelia Doornekamp

 

 

cornelia.art11@gmail.com

 

 

 

 

 

 

 

 

                       Museum  S T I J L  Eefde

 

           -  DOOR  HANS  CHRISTIAAN  PETERS   -   Eefde 

Museumhouder

 

          -   VAN GALERIE NAAR MUSEUM   -   

 

 

Van    Galerie   Stijl  naar  S T I J L  Museum  Foundation - Van 1989  tot  2025  -  van 2025  tot …

 

 

Nadat ik, Hans Christiaan Peters, van 1975 tot 1981 aan de kunstacademie, de AKI-Academie voor Kunst en Industrie te Enschede, afstudeerde in de richtingen architectonische- en monumentale vormgeving, ben ik te werk gegaan als interieurarchitect en kunstenaar. Graag wilde ik ook een winkel in hedendaagse kunst en vormgeving. Mijn ouders hadden toen een klassieke woninginrichting en stoffeerderij, ik had dus een voorbeeld op interieur gebied, maar wilde het wel wat moderner. In 1989 was het zo ver en startte ik, met hulp van mijn nicht Etta Adriaanse een galerie voor hedendaags kunst en interieuraccenten onder de naam Galerie Stijl, de naam was een verwijzing naar ‘De Stijl’ en de kunst was dus abstract. De galerie was gevestigd in Arnhem-centrum. Na enkele jaren werd toch de verkoop van abstract werk steeds moeilijker en besloten wij breder te worden en ook andere stijlen van kunst te laten zien.  Ik richtte toen stijlkamers in, per kamer was er dus een andere stijl in kunst te zien, maar altijd ook abstract werk. Dit heb ik op de locatie Parkstraat Arnhem en later ook op locatie Hoflaan gedaan.

 

 

                                                  Galerie S T I J L  in  Arnhem aan de Parkstraat

 

Toen Etta Adriaans haar vaste baan inruilde voor meer vrije tijd besloten wij beiden op een nieuwe locatie een grotere galerie te gaan beginnen met een grote beeldentuin en weer terug te gaan naar de oorsprong, abstract werk met een voorkeur voor geometrie. In 2018 was e.a. gerealiseerd op een nieuwe locatie aan de Zutphenseweg in Eefde bij Zutphen. Het voormalig terrein [bijna 4000m2] van tuincentrum KAWI uit de tijd van de vorige eeuw [1972-1998] bood ons ruimte om naast onze bestaande expositieruimten in het gebouw ook een museumpaviljoen te bouwen, en enkele kunstgebouwtjes op het terrein te ontwikkelen. 

 

 

Het terrein heeft een variatie aan bomen en planten, een waar arboretum. Tot op heden doet het arboretum dienst als beeldentuin.

 

 

 

 

 

 

 

In 2012 werd kunstenaar Roel Rolleman ziek en zou gaan overlijden. Hij bedacht toen wat moet ik met mijn werk en liet bij de notaris vastleggen, dat al het werk bij mij en een gezamenlijke vriend terecht zou komen.

Dat vonden wij beiden geen goed idee en hebben met hem nog kunnen overleggen dat ik een stichting zou oprichten, waar het werk van hem in zou kunnen, tevens het werk van andere overleden kunstenaars en zo is de Stijl Foundation ontstaan.

 

Start Museum

 

Nu in 2025 starten wij een nieuwe formule en gaan wij verder als museum: S T I J L MUSEUM-ARBORETUM en laten wij wisselend in 5 lange weekenden, de maanden mei t/m september, onze eigen Stijl Collectie kunst en vormgeving zien en tevens werk uit de Stichting Stijl Foundation. Natuurlijk doet ons verscholen arboretum ook weer mee en zijn daar beelden te zien. Een nieuw begin, voor ons meer vrije weekenden na 35 jaar en toch blijft deze mooie abstracte kunst en de tuin te zien voor belangstellenden.

 

 

 

 

 

                             info@stichtingstijlfoundation.com

                                                             www.stichtingstijlfoundation.com

 

 

 


 

 

 

 

 

Lineke vertaalt haar gedichten in het Frans  voor een bundel met meer dan 200 gedichten  

 

 

Zeereis

_____________________

 

te voet, per trein, per boot

onder zeil

onder nachtzon 

slaan golven tussen twee werelden

waar waterklanken worden gehoord 

gulle golven, die zonder pardon

 

 

geschreven namen

op beslagen ramen

wegspoelen in woeste nacht

 

nieuwe stromingen

broodnodig

voor zeelieden 

 

voor schilders

voor de mantelmeeuw

die gekscherend op zijn voedsel wacht

 

het doek zout

zeilen worden gestreken

het werk vol kleur volbracht

 

de mantelmeeuw lacht 

reist zonder koffers, zonder geld

slaat slechts zijn vleugels uit

om gelukkig te zijn

 

 

@ Lineke la Faille

 


 

Voyage en mer,

________________________________

 

en train, a pied, en bateau

sous la voile

sous le soleil de la nuit

les vagues se brisent entre deux monde

ou les sons de l'eau se font entendre

les vagues généreuses, qui sans pardon

effacent

 

des noms écrites

les survitres embuées

inondant la nuit teroce

 

de nouveau mouvements

indipensable

pour les marins

 

pour les peintres

pour le goéland marin

 qui attend sa nourriture en raillant

 

la toile est salée

les voille sont affalées

le travail, accompli en couleurs

                                                 

le goéland marin s'amuse

il voyage sans valise, sans argent

il bouge seulement ses ailes

cela suffit à le rendre heureux

 

 

@ Lineke la Faille

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

                Riekje Lammers –   Broken Patterns

 

 

DOOR RIEKJE LAMMERS    -  Heerde

 

beeldend kunstenaar  

 

 

De geometrie van emotie: mijn werk als kunstenaar

Elke penseelstreek begint met een berekende intentie, een lijn die een ruimte afbakent, een vlak dat betekenis krijgt in verhouding tot de rest. Mijn werk als kunstenaar is een zoektocht naar harmonie tussen vorm, kleur en structuur, geworteld in de principes van het constructivisme. Ik schilder met acrylverf, een medium dat me de mogelijkheid geeft om gelaagdheid en precisie te combineren, om op te bouwen en te verfijnen.

 

Geometrische abstractie

Geometrische abstractie is de kern van mijn visuele taal. Mijn doeken zijn composities waarin symmetrie en herhaling elkaar versterken, waarin lijnen de blik van de toeschouwer sturen en vlakken ritmisch met elkaar in dialoog gaan. Ik streef naar een evenwicht tussen dynamiek en stabiliteit, tussen rationele ordening en emotionele expressie.

 

Inspiratiebronnen

Mijn inspiratiebronnen liggen bij de pioniers van de avant-garde: El Lissitzky, Giacomo Balla, Wassily Kandinsky, Lyubov Popova, Nikolai Suetin en Alexander Wesnin. Hun werk, gekenmerkt door een revolutionaire benadering van vorm en ruimte, leert me hoe compositie kan functioneren als een architectuur van het platte vlak. Ik bewonder de manier waarop zij visuele systemen creëerden waarin kunst en ontwerp samensmolten, waarin schilderkunst niet louter een expressiemiddel was, maar een kracht die de maatschappij kon hervormen. 

 

 

Wanneer ik een nieuw werk begin, is mijn proces zowel analytisch als intuïtief. Ik start met schetsen en digitale studies, waarbij ik experimenteer met verhoudingen en contrasten. Vervolgens breng ik de eerste lagen acrylverf aan, bouwend aan een structuur die in balans blijft terwijl ik complexiteit toevoeg. Elke toevoeging – een lijn, een kleurvlak, een subtiele schaduw – verandert de dynamiek van het geheel en vraagt om een heroverweging van het samenspel tussen de elementen. Kleur speelt een cruciale rol in mijn werk. Ik kies mijn paletten met zorg, rekening houdend met de energie die kleuren uitstralen en hoe ze elkaar beïnvloeden. Soms zijn mijn werken gedurfd en contrastrijk, andere keren subtiel en harmonieus. Maar altijd is er een onderliggende logica, een ritme dat de compositie samenbindt.

 

 

       Riekje Lammers  -   Rhytm of Shapes                                          Geometric balans     

                                      

  Artistieke reis

 

 Mijn schilderijen zijn geen representaties van de werkelijkheid, maar constructies van een eigen visuele orde. Ze nodigen de toeschouwer uit om patronen te ontdekken, om te verdwalen in de interactie van vormen en om een persoonlijke interpretatie te vinden in de abstractie. Mijn kunst is een dialoog tussen het gestructureerde en het spontane, tussen het intellect en de intuïtie. In een wereld vol visuele prikkels zoek ik naar helderheid en precisie. Mijn doeken zijn een uitnodiging tot reflectie, een moment van overweging in een dynamisch samenspel van lijnen, vlakken en kleuren.

 

             Riekje Lammers  -   Shapes Game                                                        

 

Mijn werk is een voortdurende ontwikkeling, een onderzoek naar de grenzeloze mogelijkheden van geometrie en abstractie, een eerbetoon aan de kunstenaars die mij voorgingen en een stap vooruit in mijn eigen artistieke reis.

 

 

 

 

 

 

 

- DOOR MONICA MAAT  –  LELYSTAD - 

 beeldend kunstenaar - dichteres

                                   

   

Na de Franse schilder Monet had de Franse schilder Cezanne in mijn jonge jeugd mijn uitgesproken voorkeur. Prachtig vond ik het.  Ik droomde er veelvuldig bij weg want ik was behoorlijk slechthorend en daarom helemaal gericht op beelden. Altijd en eeuwig, echt waar, zat ik in de kunstboeken te bladeren, waarvan mijn vader het nodige in zijn boekenkast had staan. Vast en zeker wilde ik dat Franse land ooit bezoeken, zoals ik ook de kunstschatten van Italië ooit in het echt wilde zien en niet te vergeten en  vreemd genoeg de rituelen, rondom de symbolische lijkverbrandingen die de ziel zuiveren, op Bali bijwonen. Behalve dat laatste is dat tot mijn grote geluk ook bewaarheid geworden.  Vanaf mijn 13e is de absolute voorkeur naast Mondriaan echter uiteindelijk overgegaan op  mijn lievelingskunstenaar Gerrit Rietveld en laat ik nu  de afgelopen jaren regelmatig exposeren in  de modelwoning van Rietveld, het iconische pand in Utrecht  dat momenteel wordt beheerd door Galerie Bos Fine Art en daarover nu gaat mijn verhaal. 

 

 

 

De Rietveldstoel is ongetwijfeld bij u bekend. Over Gerrit Rietveld en zijn werk zijn talrijke boeken en artikelen geschreven. Maar natuurlijk zijn niet alleen de meubelen en het  Rietveld-Schröderhuis van Rietveld wereldberoemd, ook zijn ontwerpen voor sociale woningbouw en de woonblokken in Utrecht zijn wereldwijd bekend, zeker in de architectenwereld. In een zo’n woonblok is de modelwoning te vinden die ligt aan de Erasmuslaan 9 in Utrecht.

 

Er worden regelmatig exposities  georganiseerd door Galerie Bos Fine Art met werk van haar kunstenaars en de galerie werkt nauw samen met Ronald Willemsen van ASNOVA Architecture. Op 2 minuten loopafstand ligt het Rietveld-Schröderhuis. Zowel het woonblok als het Rietveld-Schröderhuis zijn in opdracht van Truus Schröder gebouwd.  

  

 

 

Gerrit Rietveld  - woningen 1931-1934  - Erasmuslaan Utrecht. Nr. 9 is de modelwoning  onder beheer van Galerie Bos Fine Art

 

 

Uit het interieurontwerp bleek dat Rietvelds kleurenpalet was veranderd.  In plaats van primaire kleuren kregen de muren van de modelwoning pasteltinten. 

 

Schröder  en mijn jeugdige voorkeur

 

Van bushokje tot zomerhuis en van villa tot muziekschool en een kerk in Uithoorn, zeg nou zelf, Nederland is een openluchtmuseum voor het werk van Gerrit Rietveld. Daarbij staat het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht, net als de Big Ben en de Eiffeltoren op de UNESCO Werelderfgoedlijst en zijn bekende stoel is te zien in musea over heel de wereld.

 

Rietveld-Schröderhuis in Utrecht 

 

Geboren in Utrecht in 1888, leerde hij  het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader, waar hij na de lagere school aan de slag ging. Hij verafschuwde de traditionele, massieve meubelen die daar werden gemaakt. Alhoewel veel later in de tijd doet het mij denken aan mijn eigen uitgesproken voorkeur als kind van een jaar of 13, toen ik de meubels van mijn lieve oma in de deftige zondagskamer, toen nog gebruikelijk, zo lelijk vond en ik steevast met mijn neus op de ramen gedrukt, etalages bekeek met strakke meubels van Pastoe [opgericht in 1913 in Utrecht] en prachtige gordijnen van Ploegstoffen. [De Ploeg, als weverij opgericht in 1923 en in de jaren '50 bekend als voortrekker van 'Goed Wonen'] Ik was er niet weg te slaan. Ik voelde mij heel gelukkig, als mijn vader zaterdagsmiddags, 's morgens moest er nog gewerkt worden, uitgebreid met mij winkelde langs de talrijke artistieke woning-inrichting winkels die Nijmegen en Arnhem in de jaren '50, begin '60 toen wonderwel  bezat. Opgegroeid dichtbij de puinhopen van het in 1944 gebombardeerde centrum van Nijmegen woonden we als gezin nog bij mijn oma in huis. Ik droomde van een heel huis met eigen kamer, ingericht met een strak metalen toilettafeltje in rood en zwart en een metalen bureau van Pastoe, met een metalen Pastoe kruk. En mijn vader had in geval van een eigen huis een Mart Visser bank [in 1960 ontworpen] op het oog. Op mijn 13e werd dit verwezenlijkt. De metalen Pastoe kruk gebruik ik overigens nog steeds. En verder schilderde mijn vader alle muren in ons nieuwe huis in Ploegstofpatronen en kleuren. We werden wat dat betreft spraakmakend in de buurt. Maar goed, dat terzijde, terug naar Gerrit Rietveld.  

 

Gerrit Rietveld

 

In 1911 trouwde Rietveld met de verpleegster Vrouwgien Hadders [1883-1957] en  kregen ze zes kinderen. In 1917 opende hij zijn eigen meubelmakerij in Utrecht. Maar tussen Rietveld en zijn vrouw trad geleidelijk aan verwijdering op, deels doordat hij uit de gereformeerde kerk trad en omdat hij Truus Schöder- Schräder had leren kennen, een binnenhuisarchitecte en weduwe, [van advocaat Schöder] waarmee hij een levenslange intieme relatie kreeg en intensief ging samenwerken op het gebied van architectuur en woninginrichting, waarvoor hij lessen had gevolgd bij zijn leermeester architect Piet Klaarhamer en technisch tekenen en stijl- en ornamentleer bij architect P.J Houtzagers. Een vriend van Rietveld adviseerde hem contact te zoeken met Theo van Doesburg, die als hoofdredacteur het tijdschrift voor moderne kunst De Stijl had opgericht. Verschillende meubelstukken werden daarna met toelichtende teksten van Rietveld in het tijdschrift gepubliceerd.[Bron: tijdschriften van De Stijl bij DBNL, Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Voor wie zich verder wil verdiepen zie:  Inhoudsopgave van De Stijl 1 1917-1920 - DBNL ].  Rietvelds eerste experimentele meubels waren overigens nog onbeschilderd en bruin van kleur.

 

Links: Geometrisch werk : Optical mathematics with gray and gold van  Monica Maat, Museum Messmer Riegel am Kaiserstuhl. Genomineerd voor de  André-Evard-Preis. De belangrijkste Europese prijs voor haar  inzet voor geometrische en constructieve kunst

 

Hoe dan ook, Kunststroming DE STIJL, [1917] was ontstaan met o.a. de kunstenaars Theo van Doesburg en Bart van der Leck en Gerrit Rietveld was een belangrijke verkondiger van de opvattingen van De Stijl, waarin functionaliteit, eenvoud en primaire kleuren centraal stonden. Rietvelds opvattingen over de kunst komen hier duidelijk naar voren. "Zitten is een werkwoord, als je moe bent ga je maar liggen". Zo reageerde Rietveld op kritiek dat zijn stoel niet comfortabel zat. Na alles wat ik gelezen heb over Rietveld en Truus Schöder, constateer ik al met al dat zij er een tamelijk Spartaanse opvatting en levenswijze op na hielden. Zelf heb ik meubels gemaakt naar eigen ontwerp, waaronder kerkmeubels, die ik absoluut niet vind zitten, maar duidt ze aan als 'niet functionele meubelen'. Nou ja, de kerkbanken in de gereformeerde kerk in Nijmegen vond ik na een uur kerkdienst ook niet echt fijn zitten als kind. Ik weet nog dat er kussentjes werden meegenomen. Wel heb ik voor de herdenking van 100 jaar Bauhaus in 2019 geprobeerd een beter zittende z.g. Bauhaus stoel te maken. Voor een afbeelding van deze stoel en om te zien hoe deze tot stand is gekomen  kunt u klikken op: Monica Maat - 100 jaar BAUHAUS in 2019

 

 

   Monica Maat   -   werk in de modelwoning van Rietveld  +    Bauhaus stoel. De rugleuning is verstelbaar gemaakt

 

Het Rietveld Schröderhuis ontwierp Rietveld in 1924  in nauwe samenwerking en in opdracht van Truus Schröder. Eigenlijk was het helemaal niet de bedoeling om dit huis te ontwerpen. Truus had Rietveld ingeschakeld met het verzoek om een geschikt huis voor haar gezin te vinden in Utrecht, maar toen dat niet gevonden werd ontstond

het idee om een stuk grond te kopen, maar dat was toen al geen eenvoudige zaak in Utrecht. Truus sprak met Rietveld af dat ze beiden op een zondagmiddag apart van elkaar naar een stuk grond zouden zoeken. Wie schetst hun verbazing, beiden kwamen ze met hetzelfde stuk grond aan. Niet meteen het handigste stuk grond en het werd toentertijd meer als een plasweide gebruikt, maar nood breekt wet. Truus had wel een paar stelregels: zo moest o.a. alle huisraad eigenlijk in twee grote koffers passen. "Je bent dan van een heleboel af, een heleboel zorgen, een huis... alles uit één stuk, één lichtbron, één waterbron", hoor je haar vertellen in het audiomateriaal van het Centraal Museum van Utrecht tijdens een interview uit 1983. Het kwam op soberheid aan, iets waar Rietveld zeker voor te porren was. Volgens mij is dit het minimalisme ten top en was Truus ook daarin haar tijd vooruit, want zoiets noemt men heden ten dage ook wel 'ontspullen'!  Ik geloof niet dat het mij zou lukken. Ik verzamel ongeveer alles van en op papier. Boeken, ordners vol aantekeningen, tekenmappen en kasten vol ontwerpen voor de komende 100 jaar vrees ik. Nee, ik leef erop, ik eet ongeveer alle soorten papier maar ik dwaal ten tweede male af. Terug naar Truus Schröder nu.  

 

Truus Schöder en Gerrit Rietveld in 1963 [foto: Groene Amsterdammer]

 

Iedereen kent het Rietveld Schröderhuis maar wie was Truus Schröder [geboren Schräder] ? Journalist Jessica van Geel schreef een boeiend en prachtig boek over deze vrouw. Een binnenhuisarchitecte, met wie Rietveld meer dan veertig jaar een grotendeels geheime relatie had. Een vrouw die veel voor de carrière van Rietveld betekende. Ze is geboren in 1889 in Deventer en kwam uit een welgesteld Katholiek zakenmilieu. Ze las veel en was op zoek naar vrijheid.

Ze trouwde in 1911 met advocaat Frits  Schröder. Er waren conflicten, maar er was geen openlijke breuk. Toen haar man in 1923 overleed, kon ze eindelijk gaan wonen en leven zoals ze dat zelf wilde. In 1911 vond de eerste ontmoeting plaats tussen Truus en Gerrit. Toen de vrouw van Gerrit Rietveld overleden was [1957] is hij bij Truus ingetrokken in zijn zelf ontworpen huis. Ze waren toen in de zeventig. Het is altijd duidelijk geweest dat Rietveld niet bij zijn vrouw zou weggaan en dat was ook niet wat Truus wilde. Truus vertelt daarover [in het audiomateriaal van het Centraal Museum van Utrecht tijdens een interview uit 1983] dat Gerrit het huis helemaal niet zo prettig vond. "Het was hem te gecompliceerd met al die schuifschotten, hij wist niet eens hoe ze werkten", zegt Truus lachend. Volgens Truus was er eigenlijk geen huis waar Gerrit zich wel prettig in voelde. De kern was volgens haar: soberheid en niet geleefd worden en leven met zo min mogelijk spullen.

 

Volgens architect Bertus Mulder, [1929] korte tijd oud collega van Rietveld lunchte hij met een glas water en een krentenbol. Op de vraag wat er zo vernieuwend aan het werk van Rietveld is, antwoord Bertus Mulder: "Hij was zo fanatiek bezig met iets waarvan hij vond dat het de ruimte intact moest laten. Dat zie je bij niemand anders". [Uit: de Podcastserie: GERRIT | een serie met verhalen over Rietveld [2018].

 

Er valt nog eindeloos veel te vertellen over Rietveld en zijn werk en niet te vergeten over de invloed van Truus, die  m.i. nog steeds wordt onderbelicht. Maar met bovenstaand antwoord van architect Bertus Mulder lijkt het mij voor nu een goed moment om dit verhaal af te sluiten.

 

 

  Monica Maat  -  Optical Mathematics  with red and blue

 

                  

                

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Erik Bijvank - Kunstuitleen - Lelystad - 

kunstuitleenlelystad.nl

     

 

 

Einde deel 1 voor deel 2 klik op: Monica Maat - 'OVER KUNST GESCHREVEN EN GESPROKEN' Deel …

 

 

mm. kunstsite:  www.monicamaat.nl